Zacht gegaarde kabeljauw met rettich
| voor 10 personen
Ingrediënten |
|
Gravlaxsaus
Kabeljauw
Rettich garnituur
Garnering
ijsblokjes |
|
- Start met het maken van een pekelbad door het zout op te lossen in koud water. Leg hier de kabeljauwfilet zonder huid geruime tijd in.
- Maak dan de gravlaxsaus door de dooiers te mengen met de honing, azijn en mosterd en zout. Klop er met een garde druppelsgewijs de olie door. Er ontstaat een mayonaise.
- Hak de dille en de peterselie fijn en voeg deze toe aan de saus. Zet koud weg.
- Schil voor de rettichgarnituur de koolrabi en snijd er dunne reepjes ter dikte van een lucifer van. Meng deze met fijngehakte lavas, citroensap en zout.
- Schil de rettich en snijd er in de lengte 10 zo dun mogelijke plakken van (Snijmachine of mandoline gebruiken)
- Verdeel de koolrabi over de 10 rettichplakken en rol ze zo strak mogelijk op. Snijd de uiteinden recht af.
- Haal de kabeljauw uit het pekelbad en spoel af onder koud water en droog.
- Rol de kabeljauw zo strak mogelijk in plasticfolie zodanig dat er geen lucht meer in de rol zit.
- Pocheer de vis in een pan water van 60°C ca. 15 minuten. De kerntemperatuur moet 50°C zijn. Koel dan de kabeljauw terug in ijswater.
- Snijd de filets in plakken van 4 cm breed.
- Schraap van de kabeljauwhuid de resterende visdeeltjes. Bak de huid tussen bakpapier met gewicht erop in 15 minuten krokant in de oven van 180°C.
Serveren
- Lepel de saus in een cirkelvorm op de borden. Leg de kabeljauwplakken en de rettichrol erop en daarop een krokant deel van de kabeljauwhuid.
- Garneer met een toefje dille.
Gastronomenclub Uden ’83, 12 maart 2019