Citroenrisotto met kokkels en witbier

voor 10 personen

Ingrediënten

300 gram arborio rijst
2 sjalotjes
1 teentje knoflook
2 glazen witte wijn
500 cc. kippenbouillon (blokje of poeder)
50 gram Parmezaanse kaas, geraspt
4 eetlepel kookroom
olijfolie
75 gram boter
2 citroen (rasp en citroensap)
2 eetlepel fines herbes
2 kg Zeeuwse kokkels (evt.:mosselen)
2 uien
4 teentjes knoflook
½ eetlepel gedroogde tijm
½ eetlepel rozemarijn
1 flesje Belgisch witbier (b.v. St.Bernardus Triple)
beur culinair
100 cc. kookroom
1 limoen (sap)
100 gram boter
bieslook
basilicum
 

 

 

 

 

  1. Start met het bereiden van de risotto door de sjalot en knoflook te snipperen en licht te fruiten in olijfolie. Voeg de rijst toe als de sjalot en look glazig worden en bak met de olijfolie mee. Blus daarna met de witte wijn en roer het geheel. Laat de wijn opnemen en voeg dan de hete kippenbouillon part voor part toe, laat de rijst steeds de bouillon opnemen. Blijf roeren. (ca. 20 minuten)
  2. Meng dan voorzichtig de geraspte Parmezaanse kaas erdoor en de room.
  3. De risotto moet smeuïg en licht vochtig zijn, voeg eventueel nog bouillon en/of olijfolie toe. Verfris het geheel door citroenrasp en sap toe te voegen.
  4. Roer tot slot de fines herbes kruiden erdoor.
  5. Was de kokkels goed om ze zandvrij te maken. Laat ze uitdruipen.
  6. Maak de uien en de look schoon en snipper deze. Fruit ze flink aan in de hete beur culinair met een mespunt tijm en mespunt rozemarijn.
  7. Voeg de kokkels toe en daarna het witbier en warm het geheel flink op.
  8. Laat in een pan al opschuddend enkele minuten goed koken. De schelpen moeten open gaan staan.
  9. Haal de kokkels met een schuimspaan uit de pan en zeef het vocht.
  10. Kook  het vocht in met boter en room en verfris met limoensap.
  11. Open ondertussen alle schelpen.

Serveren:

  1. Leg in het midden van een diep bord een rondje risotto.
  2. Rangschik de kokkels er omheen. Garneer met bieslook en basilicum.

Gastronomenclub Uden ’83