Dessert van Jacobsmosselen met limoncello roomijs en passiefruit-sabayon
| voor 10 personen
Ingrediënten |
|
| 10 Coquille Saint Jacques 5 vanillestokjes 100 gram roomboter Szechuanpeper, (Chinese fruitpeper) 5 eierdooiers 50 cc. passievruchtensap 50 cc. witte wijn, zoete 10 toefjes munt of citroenmelisse. Limoncelloroomijs – 200 cc. citroensap – citroenrasp, van 5 verse citroenen – 200 gram witte basterd suiker – 250 cc. slagroom – 500 cc. boerenyoghurt, volle – 100 cc. limoncello |
|
- Start met het maken van het roomijs. Meng het citroensap met de suikers, de citroenrasp en de limoncello. Zorg dat alle suikers zijn opgelost.
- Klop de slagroom lobbig en meng dit met de yoghurt en de citroensap. Roer voorzichtig tot alles glad is.
- Draai in de ijsmachine deze compositie tot een stevig ijs. Zet in de diepvries.
- Maak de coquilles droog en steek door iedere mossel een half vanillestokje. Prik hiervoor met een scherp puntig mes een gaatje zodat het stokje er gemakkelijk doorgaat.
- Maak de Szechuanpeper fijn in een vijzel of maal deze in een molen. Bestrooi de coquilles met deze peper.
- Smelt de roomboter (deze keer geen geklaarde boter) en bak op zacht vuur de coquille zodat de vanille in de mossel doordringt. Laat daarna warm staan.
- Verwarm voor de sabayon de wijn en het passievruchtensap, voeg er de losgeroerde eierdooiers doorheen en klop deze au bain-marie tot er een goede binding ontstaat. Voeg eventueel nog iets suiker toe.
- Sabayon is moeilijk langer houdbaar. Klop daarom sabayon vlak voor het serveren en verdeel direct over de borden.
Serveren:
- Leg op ieder diep bord een gebakken coquille inclusief de vanillepeul.
- Nappeer daar de sabayonsaus over.
- Werk af met een quenelle roomijs.
- Garneer met een toefje van muntblaadjes of citroenmelisse.
Gastronomenclub Uden ’83