| voor 10 personen
Ingrediënten |
|
| 10 grote verse artisjokken 1 citroensap 300 gram boter 350 cc witte wijn 3 sjalotjes 10 cocotjes 500 gram kippenlevertjes 100 cc Cognac 100 cc madera 250 cc koksroom |
|
- Snijd voorzichtig aan de onderzijde van de artisjok een dun schijfje af.
- Knip indien nodig de punten van de topbladeren af.
- Meng in een bak het sap van de citroen met water en leg de artisjokken er 10 minuten in met de binnenste blaadjes iets open gevouwen.
- Laat daarna de artisjokken uitlekken.
- Kook in een ruime pan water en zout. Kook hierin de artisjokken ca. 10 à 12 minuten. Laat ze daarna omgekeerd uitlekken.
- Zet de artisjokken rechtop in een ingevette ovenschaal en verdeel 100 gr. boter in klontjes over. Sprenkel de wijn er over, kruid met peper en zout en dek af met aluminiumfolie.
- Gaar de artisjokken in een oven van 180ºC ca. 30 minuten.
- Smelt voor de kippenlevermousse 100 gr. boter in een wok en fruit de gesnipperde sjalotjes gaar. Voeg dan de gecontroleerde kippenlevertjes toe en bak dit in enkele minuten goudbruin.
- Haal sjalotjes en levertjes uit de pan en blus met de cognac, roer het aanbaksel los. Voeg daarna de madera toe en zout en peper het geheel.
- Draai het levertjes/sjalotmengsel fijn in een keukenmachine en zeef dit boven een bekken. Roer er de resterende boter, het braadvocht uit de wok en de room door.
- Zet het bekken in koud water en Blijf roeren tot alles is afgekoeld.
- Breng op smaak met peper en zout.
Serveren
- Zet op ieder warm bord een lauwwarme artisjok.
- Doe de levertjesmousse in een cocotje en zet deze op het bord.
Gastronomenclub Uden ’83, 16 november 2010
