| voor 10 personen
Ingrediënten |
|
| 2 kilo rivierkreeftjes 1 ½ liter groentebouillon 100 gram boter 100 gram bloem 50 cc Noilly Prat vermouth 1 eetlepel kreeftenboter 250 cc koksroom 100 gram kaas, geraspt 4 sjalotjes 2 teentjes knoflook 1 stokbrood 10 grote cocottes 50 gram boter |
|
- Breng de groentenbouillon aan de kook in een grote pan.
- Voeg de kreeftjes toe en laat dit geheel 8 à 10 minuten stevig koken. Laat de kreeftjes enigszins afkoelen in de bouillon. Haal ze dan uit de pan en zeef van de bouillon 1 liter en bewaar dit.
- Draai bij de rivierkreeftjes het voorste deel van het staartdeel.
- Pel het vlees uit de staartdelen. Kraak de klauwen en snijd de ruggen open. Haal overal het vlees uit. Verwijder het darmkanaal voorzichtig.
- Houd het kreeftenvlees verder apart.
- Probeer 10 mooie stukjes karkas (bv. kop met sprieten) achter te houden voor decoratie.
- Snipper de sjalotjes en knoflook zeer fijn.
- Laat de boter smelten in een pan op middelhoog vuur en sauteer de sjalotjes en knoflook langzaam gaar.
- Maak met de bloem hiervan een roux. Laat dit langzaam ca. 3 minuten garen zonder te kleuren, blijf roeren.
- Voeg aan de warme roux geleidelijk aan de afgekoelde liter bouillon toe en de vermouth. Laat alles binden en verder garen ca. 10 minuten. Blijf roeren.
- Smaak af met de kreeftenboter, witte peper en zeezout.
- Bestrijk de cocottes met boter. Verdeel het kreeftvlees er over.
- Schep de hete saus over het vlees en bestrooi ieder cocotte met geraspte kaas.
- Gratineer de cocottes in een oven van 220° C of onder de grill.
Serveren
- Zet de hete cocottes op een bordje, decoreer met een mooi stukje karkas.
- Serveer met gesneden stokbrood.
Gastronomenclub Uden ’83, 18 oktober 2011

