| voor 10 personen
Ingrediënten |
|
| 2 grote kippenbouten 1 prei 1 grote ui ½ knolselderij 1 laurier 1 mespuntje tijm 1 foelieblad 1 takje rozemarijn bouillonpoeder 2 eieren 1 mespuntje gemalen foelie 50 à 75 gram Panko broodkruim 1 krop sla 1 wortel ½ knolselderij 1 stokbrood |
|
- Snij de kippenbouten in op de gewrichten. Zet deze kippenbouten op het vuur met 3 liter koud water en breng langzaam aan de kook. Schuim regelmatig af.
- Maak ondertussen ui, prei en selderij schoon en snijd in grove stukken. Voeg deze aan de pan toe als het vocht tegen de kook aan zit . Voeg de laurier, tijm, lavas en foelie toe en houd tegen de kook aan. Laat zo lang mogelijk trekken.
- Schep de ingrediënten uit de bouillon en zeef deze door een vochtige neteldoek. Breng op smaak met o.a. bouillonpoeder.
- Haal het vlees van de kippenbouten en snijd dit fijn. Maal het in de blender met het broodkruim Panko, eieren, peper en zout en gemalen foelie tot een stevige farce. Laat deze farce in de koelkast afkoelen en rusten.
- Haal de slabladeren los van de krop sla en haal deze even door het kokende water zodat ze soepel worden. Snijd er 20 rechthoekjes van 4×5 cm uit.
- Geef het restant van de sla aan de makers van het voorgerecht.
- Kneed de farce door en vorm er 20 balletjes van en rol die uit tot kroketjes van 2 x 1 cm. Rol deze in de slablaadjes.
- Pocheer deze rolletjes voorzichtig in kokend water met een bouillonblokje en zout tot ze drijven. Houd ze warm.
- Schil de wortel en de selderij en snijd er fijne julienne van 4 cm lengte. Pocheer deze ook in het bouillonvocht van de sla-kroketjes.
Serveren:
- Verdeel de wortel/selderij julienne over de warme soepkoppen en voeg p.p. 2 slakroketjes toe.
- Schep de hete kipbouillon erbij en serveer met warm stokbrood.
Gastronomenclub Uden ’83
