Jacobsmosselen met bloemkoolzalf en balsamico

image_print
voor 10 personen
Ingrediënten
image_print
1 pot Jacobsmosselen (coquilles)
100 cc. notenolie
2 à 3 schorseneren
zonnebloemolie
1 bloemkool
100 gram boter
100 cc. olijfolie
120 cc. kookroom
nootmuskaat
250 cc. balsamico azijn
3 eetlepel bruine suiker
1 bosje dille
1 pakje instant aardappelpuree
10 schelpen

 

 

  1. Snijd de schoongemaakte bloemkool in gelijkmatige roosjes, kook ze gaar in water met zout, giet ze af en laat droog stomen.
  2. Pureer ze met de boter, olijfolie en de room tot een zalfje. Breng op smaak met peper, zout en nootmuskaat. Houd warm.
  3. Was de schorseneren grondig, wrijf ze schoon, schil ze. Schaaf ze in dunne linten of snijd er schuine dunne plakjes van.
  4. Frituur ze direct daarna (i.v.m. verkleuren) krokant in een wok met hete zonnebloemolie.(160°C). Laat uitlekken op keukenpapier en bestrooi ze met zeezout.
  5. Kook de balsamico en de bruine suiker in tot een siroop. Houd warm.
  6. Maak met de instant aardappelpuree een plakkende puree (om de schelpen op het bord te kunnen zetten.)
  7. Dep de coquilles droog en kruid ze met peper en zout uit de molen.
  8. Bak de coquilles in de hete notenolie om en om bijna gaar.(2 à 4 minuten). Snijd ze nadien doormidden.

Serveren:

  1. Leg op een onderbordje een toefje aardappelpuree en druk hier een warme schelp in.Schep warme bloemkoolmousseline als bedje in de schelp.
  2. Dresseer hier de coquilles op.
  3. Trek er met een lepel (of een flacon) strepen van de balsamico omheen.
  4. Leg wat schorseneer als garnering over het gerecht en voeg enkele takjes dille toe.

Gastronomenclub Uden ’83