| voor 10 personen
Ingrediënten |
|
| 2 fazanten 1 pot geconcentreerde gevogeltebouillon 1 pot wildfond 2 grote uien tijm laurier foelie 4 sjalotjes 100 gram boter 120 gram bloem 100 cc. kookroom 100 gram boter peterselie 100 gram boter 10 mini-afbakbroodjes ⅓ pak breekbrood
|
|
Bereiding van de Risogalo:
- Maak van de gevogeltebouillon en de wildfond 3 liter koude soep.
- Snijd van de fazanten de borstfilets af, bewaar deze. Snijd verder de ongerechtigheden van het karkas en spoel dit onder koud water. Hak het karkas in stukken. Maak de uien schoon en snijd in ringen.
- Bak de gepelde uien bruin aan in een braadpan met de specerijen en fruit de stukken karkas mee. Blus met ca. 1 liter bouillon (zie boven) en laat trekken.
- Zeef het geheel door een doek en laat afkoelen.
- Breng de resterende bouillon (zie boven) aan de kook en pocheer zachtjes de fazantenborstjes gaar, (ca. 10 à 15 minuten). Haal ze uit de pan en laat vlees en kookvocht separaat afkoelen. Voeg beide bouillons en laat koelen.
- Snipper de sjalotten zeer fijn en fruit ze in de boter zonder te kleuren. Bestrooi dit geheel met gezeefde bloem en laat die kort mee fruiten.(ca. 3 minuten)
- Maak hier een soepele roux van. Giet dan in delen de koude bouillon erbij en blijf goed roeren. Voeg na ca. 10 minuten de room toe en laat nog eens 10 minuten koken. Breng dan op smaak met zout en peper.
- Snijd het afgekoelde fazantenvlees in kleine brunoise en warm op.
- Bak de soepbroodjes af volgens gebruiksaanwijzing.
- Hak de peterselie fijn.
Serveren:
- Verdeel het fazantenvlees over warme soepkoppen en giet er de hete crème-soep bij.
- Bestrooi met gehakte peterselie.
- Serveer er de warme soepbroodjes bij met boterballetjes.
Gastronomenclub Uden ’83
