Gebakken ganzenlever met appeltje en ciderazijn

image_print

 

voor 10 personen

Ingrediënten

image_print
10 plakken ganzenlever à 60 gr.
10 eetlepel suiker
24 eetlepel ciderazijn
250 cc. sinaasappelsap
Beur blanc
– 70 cc. witte wijn
– 100 cc. kookroom
– 125 gram koude boter
5 grote Elstarappels
100 gram boter
10 plakjes korstdeeg
2 eieren
100 gram bloem

 

 

  1. Maak van de korstdeeg 10 grote of 20 kleine fleurons (halve maantjes), bestrijk ze royaal met losgeroerd ei, bestrooi met zeezout en bak deze in de oven goudbruin. 175°C  gedurende ca. 20 minuten.
  2. Reduceer voor de beur blanc de witte wijn tot ⅕ deel, voeg de kookroom toe en laat even doorkoken. Monteer de warme massa met blokjes koude boter. Zet even weg om daarna door te gaan met het volgende:
  3. Reduceer de ciderazijn met de suiker eveneens tot ⅕ deel. Voeg dan de sinaasappelsap toe en reduceer weer tot de helft.
  4. Voeg tot slot de beur blanc naar smaak toe. De cidersaus is gereed, houd warm.
  5. Was de Elstarappels, schil ze niet en snijd ze doormidden, verwijder het klokhuis. Snijd de appels in gelijke partjes.
  6. Laat een steek boter smelten en strooi een laag suiker in een anti-aanbakpan. Laat de suiker zachtjes karamelliseren zonder te roeren.
  7. Bak dan de appelpartjes aan beide zijden in de karamel.
  8. Bestrooi de leverplakken kort voor het bakken met een mengsel van bloem met peper en zout.
  9. Bak de levers à la minute in een droge koekenpan aan beide zijden goudbruin.

Serveren

  1. Schep een spiegeltje cidersaus op een bord.
  2. Plaats appelpartjes kruislings op elkaar en leg de gebakken lever hier tegenaan. Strooi wat zeezoutkorrels op de lever.
  3. Leg de gebakken korstdeegfleurons als decoratie op het bord.

Gastronomenclub Uden ’83, 4 december 2018