Soep:
- 4 kroppen kropsla
- 50 gram boter
- 5 stuks sjalotjes (schoon)
- zout
- peper
- 600 cc kippenfond (1 pot kippen fond aangelengd met water)
- 600 cc room
- Slacentrifuge
- Was de kroppen sla, scheur ze in stukken en maak die droog met de slacentrifuge.
- Laat in een pan met dikke bodem de boter smelten
- Fruit hierin de fijngesneden sjalotjes aan.
- Voeg de sla toe en kruid met zout en peper.
- Stoof de sla goed door en blus af met de kippenfond en de room.
- Laat de soep weer aan de kook komen.
- Maak de soep glad met een staafmixer en wrijf hem daarna door een fijne zeef
- Breng de soep opnieuw aan de kook.
- Breng hem op smaak.
Basilicumolie:
- 10 blaadjes basilicum
- ± 50 cc olijfolie, extra vergine
- Maal de basilicum fijn samen met de olijfolie.
Gamba’s:
- 100 gram tempurameel
- water
- 20 gamba’s (12/21)
- 50 cc knoflookolie
- Maak van het tempurameel, een beetje water een glad papje
- Bestrooi de gamba’s met zout en peper en haal ze door het tempurabeslag
- Bak ze mooi krokant in de knoflookolie en laat ze uitlekken op keukenpapier.
Serveren:
- Verdeel de soep over voorverwarmde diepe borden.
- Leg er per persoon twee gamba’s in.
- Druppel er wat basilicumolie over.

