| voor 10 personen
Ingrediënten |
|
| 30 coquilles St Jacques 5 vanillestokjes 5 tot 7 cm gemberwortel 300 cc wortelsap 10 stronkjes witlof, kleine 100 gram boter poedersuiker citroensap |
![]() |
- Spoel de coquilles met koud water en droog ze.
- Halveer de vanillestokjes over de lengte, schraap het merg met een mes er uit en bewaar dit merg.
- Snijd de stokjes in 3 delen. Steek deze gehalveerde stokjes door de coquilles.
- Snijd de gemberwortel in plakjes en meng dit op het vuur met het wortelsap en vanillemerg. Kook dit in tot de helft en laat dan nog 15 minuten trekken. Haal de gember er uit en kook al roerend dit verder in tot een stroperige saus. Smaak af.
- Maak de witlof schoon, gebruik alleen de mooie blaadjes (ca.8 p.p.)
- Verwarm een koekenpan, voeg een steek boter toe en bak de witlofblaadjes kort maar fel aan. Bestrooi met poedersuiker, zout en peper. Blus uiteindelijk met een beetje citroensap.
- Bak de coquilles in een hete pan om en om tot ze net stevig aanvoelen. (2 minuten) Let op het verbranden van vanillestokjes. Breng op smaak .
Serveren:
- Rangschik een rozet van witlofblaadjes.
- Leg in het centrum de coquilles incl. de vanillestokjes.
- Sprenkel het wortelsap rondom het gerecht.
Gastronomenclub Uden ’83

