Wilde eendenborst met ganzenleversaus

image_print

 

voor 10 personen

Ingrediënten

image_print
10 wilde eendenborst
beurre culinair
2 teentjes knoflook
3 sjalotjes
80 cc Cognac
250 cc kippenbouillon (van fond)
250 gram eendenboutjes
250 gram ganzenlever
750 gram aardappel, vastkokend
200 gram eendenvet
zeezout
gevulde appeltjes
– 10 appels, Cos of Jonathan, klein
– 150 gram suiker
– 50 gram kaneel
– 250 gram boter

 

 

 

 

  1. Maak de sjalotjes en de knoflook schoon, snipper ze en bak ze licht in een deel van het eendenvet. Voeg de eendenboutjes toe, bak dit en flambeer met cognac.
  2. Voeg de bouillon toe en laat ca. 25 minuten trekken. Zeef de saus.
  3. Probeer het vlees van de boutjes te behouden voor de garnering.
  4. Was de appels en haal met een appelboor het klokhuis uit de appeltjes. Druk een plakje van dit boorsel terug om een bodem te krijgen.
  5. Vul de appeltjes met een mengsel van suiker en kaneel en leg daar een klontje boter op. Zet de appels in een ingevette schaal ca. 20 minuten in een oven van 200ºC. Let op dat ze niet verbranden. Evt. afdekken.
  6. Schil de aardappels en snijd er kleine blokjes van. Bak ze in eendenvet tot ze bruin en gaar zijn. Bestrooi ze hierna met zeezout.
  7. Peper en zout de gedroogde eendenborstfilets en bak ze rosé in beur culinair. Houd ze warm en snijd ze in waaiervorm vlak voor serveren.
  8. Blus het bakvet met de saus en laat dit doorwarmen.
  9. Snijd de ganzenlever in blokjes en klop deze van het vuur met een garde door de warme saus. Niet meer koken. Smaak af met peper en zout.

Serveren

  1. Leg een waaier eendenborstfilet op een warm bord met een toefje eendenbout. Giet de saus er om heen
  2. Zet een warme appel hierbij, overgoten met de suikerstroop die in de schaal achterblijft.
  3. Verdeel de blokjes gebakken aardappel over de borden.

Gastronomenclub Uden ’83, 2 november  2010